De Nederlandse gasmarkt: van productieland naar importland
Nederland was decennialang het gascentrum van Europa. Dat tijdperk is voorbij. Nederland transformeerde in minder dan tien jaar. Het veranderde van een van de grootste gasproducenten van Europa in een importeur, afhankelijk van Noorwegen en LNG. Die transformatie had directe gevolgen voor de opslageconomie. Er was steeds minder behoefte aan opslag, en de Europese vulverplichting verstoorde de marktprikkel die er nog resteerde.
Het Groningentijdperk
Het Groningenveld, ontdekt in 1959, produceerde op zijn hoogtepunt meer dan 80 miljard kubieke meter gas per jaar. Nederland leverde dat gas aan huishoudens en industrie in eigen land en aan afnemers in Duitsland, België en Frankrijk. De bergingen dienden als economische capaciteitsmaatregel. Producenten sloegen in de zomer gas op in plaats van aparte wintercapaciteit aan te leggen. Bij extreme kou leverden ze het snel en goedkoop terug. De pijpleidingen zorgden voor de doorvoer naar het achterland.
Na steeds zwaarder wordende aardbevingen bouwde de overheid de productie na 2013 stap voor stap af. In april 2024 stopte de winning definitief.
De ombouw van L-gas naar H-gas
De belangrijkste oorzaak van de dalende Nederlandse gasvraag was de ombouw van L-gas naar H-gas in Duitsland, België en Frankrijk. L-gas is het laagcalorische gas dat Groningen produceerde. H-gas is het gangbare hoogcalorische aardgas dat via Noorwegen en als LNG binnenkomt. Installaties afgesteld op L-gas kunnen niet zonder aanpassing op H-gas draaien. Toen de buurlanden hun installaties ombouwden, verdween de vraag naar Nederlands L-gas. Dat raakte niet alleen het jaarvolume, maar vooral het seizoensprofiel. De buitenlandse L-gasvraag was sterk seizoensgebonden en droeg substantieel bij aan de extra wintervraag. Met het wegvallen ervan daalde de behoefte aan seizoensopslag drastisch.
Daarnaast daalde de Nederlandse gasvraag door warmere winters, betere isolatie, warmtepompen en industriële verduurzaming. Het totale Nederlandse gasverbruik, inclusief export, daalde van circa 1.000 TWh in 2014 naar circa 600 TWh in 2024. Het seizoensverschil daalde nog harder: van circa 330 TWh naar 100 TWh, een daling van 70 procent.
LNG en de omgekeerde gasstroom
Nederland importeert nu het grootste deel van zijn gasverbruik via pijpleidingen uit Noorwegen en via twee LNG-importterminals. LNG (liquefied natural gas) is gas dat bij de productielocatie tot min 162 graden Celsius wordt afgekoeld en vloeibaar gemaakt. Per tanker gaat het over zee naar de importterminal, waar het weer naar gasvorm wordt omgezet en in het net gevoed. De Eems Energy Terminal in de Eemshaven opende in 2022. Nederland bouwde hem in zes maanden als reactie op de Russische gasreductie.
Met de sterke groei van de LNG-import keerde ook de dominante richting van de gasstromen om. In de oude gaswereld stroomde gas van oost naar west: van Groningen en via Rusland naar de rest van Europa. Nu stroomt het van west naar oost: LNG landt aan de westkust en voedt via Nederland de Europese gasmarkt. LNG is inmiddels de marginale leverancier op de Europese markt en bepaalt daarmee de Europese gasprijs. Noors pijpleidinggas en gas uit kleine Nederlandse velden hebben een veel lagere kostprijs. LNG bepaalt toch de marktprijs. Dat is de prijs om voldoende LNG naar Europa te trekken, weg van concurrerende Aziatische afnemers.
L-gas en H-gas zijn niet uitwisselbaar
Het verschil in energiedichtheid maakt L-gas en H-gas fysiek onuitwisselbaar zonder aanpassing van installaties. L-gas bevat circa 35 megajoule per kubieke meter, H-gas circa 40 megajoule. Nu Gasunie geen Groningengas meer heeft, maakt het L-gas door H-gas te mengen met stikstof. België heeft de ombouw van zijn installaties al afgerond; Duitsland en Frankrijk ronden dat naar verwachting af in 2029. Met de voltooiing van de ombouw verdwijnt de exportmarkt voor L-gas volledig. Norg, Grijpskerk en Alkmaar zijn gebouwd voor die exportmarkt. Ze zijn uitsluitend geschikt voor L-gas en bedienen daarmee een markt die structureel krimpt. Ze kunnen crisisscenario’s op het H-gasnet niet verlichten.
Dalende gasvraag
Na 2029 zet de daling van de Nederlandse gasvraag verder door. De energietransitie vermindert het gasverbruik van huishoudens en industrie, en de kleine Nederlandse gasvelden produceren steeds minder. Nederland blijft een knooppunt in de Europese gasinfrastructuur, maar de rol is fundamenteel veranderd. Niet langer producent en exporteur, maar doorvoerland en importeur.