Commerciële opslag en strategische reserve
Het verschil tussen gas dat commercieel in opslag zit en een strategische gasreserve lijkt technisch, maar heeft vergaande beleidsimplicaties. De twee instrumenten hebben een andere eigenaar, een ander doel en een andere marktwerking.
Commercieel opgeslagen gas is altijd vergeven
Commercieel opgeslagen gas heeft altijd een bestemming. Een partij met toegang tot een berging koopt gas voor levering in periode 1. Tegelijkertijd verkoopt ze gas voor levering in periode 2. Ze verdient het prijsverschil minus de opslagkosten. Het gas is al gealloceerd voordat het de grond in gaat. Als het de berging verlaat, gaat het naar een vooraf bepaalde koper tegen een vooraf bepaalde prijs. Alles wat in een commerciële berging zit, is vergeven.
Die handel verloopt via de TTF, de Title Transfer Facility. De TTF is geen fysieke locatie maar een virtueel overdrachtsmoment in het Nederlandse transportnet. Kopers en verkopers dragen gas administratief aan elkaar over. Meer gas wisselt via de TTF van eigenaar dan via welk ander Europees handelspunt ook. Daardoor is de TTF-prijs de Europese referentieprijs geworden. Er bestaat niet één TTF-prijs. Producten lopen uiteen van levering over een uur tot levering over een jaar. Elk product heeft een eigen prijs die elk moment verandert. Een opslagpartij koopt daarom een zomercontract en verkoopt tegelijkertijd een wintercontract op de TTF. Het prijsverschil tussen die twee contracten bepaalt of opslag commercieel rendabel is.
De vulverplichting is geen strategische reserve
De Europese vulverplichting is geen strategische reserve. Ze schrijft voor hoeveel gas in Europa in de grond zit op specifieke locaties. Niet van wie dat gas is of wanneer het op de markt komt. Marktpartijen vullen de bergingen wanneer de economie dat toestaat en trekken het gas eruit wanneer dat commercieel optimaal is. De overheid moet bepalen onder welke omstandigheden het gas vrijkomt, en wanneer juist niet. Ontbreekt die regie, dan is er geen strategische reserve, hoeveel gas er ook in de grond zit.
Wat een strategische reserve werkelijk kost
De kosten van een werkelijke strategische reserve zijn aanzienlijk. Bij een gasprijs van 40 euro per megawattuur kost 55 TWh gas circa 2,2 miljard euro. Dat volume staat gelijk aan een kwart van het Nederlandse jaarlijkse gasverbruik. Daar komen jaarlijkse operationele kosten voor opslaghuur en financiering van naar schatting 300 miljoen euro per jaar bij. Als de reserve tien jaar lang niet wordt aangesproken, loopt de totaalrekening op tot meer dan 5 miljard euro.
Geopolitieke afschrikking, niet prijsdemping
De werkelijke waarde van een strategische reserve zit niet in directe prijsdemping maar in geopolitieke afschrikking. Een land met een strategische buffer is moeilijker te chanteren via de gaskraan. Als er desondanks een grote verstoring plaatsvindt, koopt de reserve tijd voor andere maatregelen. Niet om de marktprijs te stabiliseren.
Waarom een Europese aanpak logischer is
Een Europese aanpak is logischer dan een nationale. Nederland heeft disproportioneel veel opslagcapaciteit ten opzichte van zijn eigen verbruik. Die kosten draagt dan Nederland, voor een reserve die heel Europa ten goede komt, terwijl anderen er gratis van profiteren. Een nationale strategische reserve is daarom financieel onaantrekkelijk, tenzij Europa de kosten deelt. Een werkende strategische gasreserve vereist minimaal een Europese governance en kostenverdeling. De strategische oliereserves, die landen al decennia in internationaal verband aanhouden, bieden daarvoor het model.