Leveringszekerheid: wat het is en wat het niet is

Leveringszekerheid staat vrijwel dagelijks in het nieuws als het gaat over gasbergingen. Toch wordt het begrip zelden precies gebruikt zoals het bewust gedefinieerd is. Het verschil tussen een fysiek leveringstekort en een prijscrisis is fundamenteel: de oplossing voor het ene werkt niet voor het andere.

De N-1-norm: de maatstaf voor leveringszekerheid

Leveringszekerheid is het ten alle tijden kunnen voldoen aan de vraag. Omdat dat in de praktijk niet te garanderen valt, vertalen beleidsmakers het naar een toetsbare norm. GTS, beheerder van het Nederlandse gastransportnet, toetst dit jaarlijks aan de N-1-norm. De norm stelt één vraag: kan het systeem functioneren als de grootste individuele bron uitvalt bij extreme kou? ENTSOG voert vergelijkbare toetsen uit voor heel Europa.

JMP Energy Insights heeft deze toets zelf uitgevoerd voor Nederland, op basis van gasstroomgegevens van ENTSOG. Norg en Grijpskerk zijn niet nodig om de N-1-toets te doorstaan. Het systeem vangt de uitval van de grootste bron op, ook op een extreem koude dag. Dat geldt zelfs bij uitval gedurende twee maanden in een koude winter. Nederland heeft buiten Norg en Grijpskerk nog aanvullende gasopslagen en twee grote LNG-terminals. Daar komen meerdere pijpleidingverbindingen met buurlanden en productie uit kleinere gasvelden bij.

De N-1-norm: wat telt mee voor leveringszekerheid?
N-1-norm leveringszekerheid LNG-terminals Eemshaven+Gate Pijpleidingen Noorwegen+buren Eigen productie Kleine velden Bergingen Bergermeer+Alkmaar Norg / Grijpskerk L-gas, niet vereist voor N-1-norm Telt mee voor N-1 Niet vereist

Fysiek tekort en prijscrisis zijn niet hetzelfde

De N-1-norm richt zich uitsluitend op een fysiek leveringstekort door uitval van infrastructuur bij hoge vraag. Ze houdt geen rekening met sabotage, waarbij energie als geopolitiek wapen wordt ingezet. Sabotage leidt eerder tot een prijscrisis dan tot een fysiek tekort. In extreme gevallen kan het ook de fysieke levering bedreigen. In het publieke debat lopen beide scenario’s regelmatig door elkaar. Ze kennen een ander werkingsmechanisme, hebben een ander risicoprofiel en vereisen andere maatregelen.

Een fysiek leveringstekort betekent dat er onvoldoende gas beschikbaar is om aan de vraag te voldoen, ongeacht de prijs. Dit is het scenario dat het Bescherm- en Herstelplan Gas adresseert. Bij extreme kou zorgt GTS voor gas in het systeem om kleinverbruikers extra te beschermen. Voor het overige waarborgen marktpartijen de leveringszekerheid voor hun afnemers. Een fysiek tekort heeft zich, ook in de crisisperiodes, niet voorgedaan. Bovendien zijn de duur en omvang van een fysiek tekort doorgaans te overzien. De infrastructuur blijft intact, en herstel of omleiding is binnen afzienbare tijd te organiseren.

De crisis van 2022: geopolitiek, niet een opslagtekort

Wel zijn de marktprijzen extreem hoog geworden, wat destijds tot significante vraaguitval leidde. Gas was beschikbaar, maar alleen tegen een prijs die huishoudens en bedrijven in ernstige problemen bracht. In de zomer van 2022 steeg de TTF-gasprijs tot boven de 300 euro per megawattuur. Het historisch gemiddelde lag rond de 20 euro. Het systeem functioneerde technisch, maar veroorzaakte ondertussen aanzienlijke maatschappelijke schade.

De grondoorzaak van die crisis was geopolitiek, niet een tekort aan opslagcapaciteit. Rusland beperkte de gasexport naar Europa bewust. De import uit Rusland viel terug van ruim 40 procent naar minder dan 15 procent van de Europese gasimport. Europa moest het gat dichten met maximale LNG-import en vraagvermindering. De LNG-importcapaciteit bleek onvoldoende voor zo’n abrupte verschuiving: die infrastructuur was nooit op dit scenario gebouwd. De politieke druk om bergingen te vullen zette tegelijkertijd de rem op de benodigde vraagvermindering. Het gevolg waren extreme prijzen, waarmee het marktmechanisme uiteindelijk alsnog de nodige vraaguitval afdwong.

Twee typen gascrisis, twee verschillende oplossingen
Fysiek tekort versus prijscrisis Fysiek leveringstekort Gas niet beschikbaar Oplossing: ruim voldoende infrastructuur, pieklevering, bescherm- en herstelplan Prijscrisis (sabotage) Gas wordt duur Oplossing: gerichte financiële steun, lange termijn contracten, strategische reserve

Drie instrumenten om de schade te beperken

De vraag is dan of, en zo ja hoe, de maatschappelijke schade van sabotage te beperken valt. Drie instrumenten staan ter beschikking.

Gerichte financiële steun is het meest directe antwoord op een prijscrisis. Het beschermt kwetsbare huishoudens zonder de marktwerking te verstoren. Omdat een herhaling van 2022 hopelijk zeldzaam blijft, is dit ook het eerlijkste instrument. Wie het risico niet volledig kan elimineren, beperkt de schade ervan wel.

Lange-termijncontracten met commerciële leveranciers, zoals Amerikaanse LNG-exporteurs of Noorse producenten, helpen langs twee lijnen. Ze verankeren investeringen in productiecapaciteit bij partijen die commercieel belang hebben bij nakoming. Ze verdelen de afhankelijkheid over meerdere aanbieders, zodat geen enkele partij de aanvoer eenzijdig kan afsnijden. Die redenering heeft echter een scherpe grens: ze geldt alleen voor commercieel gedreven partijen. Een staatsactor die energie als wapen inzet, laat zich door contractuele verplichtingen niet stoppen. Rusland liet dat in 2022 zien.

Een strategische reserve werkt langs drie lijnen. Als overbrugging geeft hij tijd om na een abrupte onderbreking alternatieve aanvoer te organiseren. Zo voorkomt hij dat de economie in acute schaarste terechtkomt. Als afschrikking vermindert hij de verwachte effectiviteit van een aanval. Een agressor die berekent dat zijn slachtoffer langer stand houdt, heeft minder reden om druk uit te oefenen. En als de reserve daadwerkelijk wordt ingezet tijdens een periode van extreme prijzen, levert dat hoge opbrengsten op. Die inkomsten kunnen worden gebruikt om kwetsbare huishoudens gericht te compenseren, waardoor de reserve deels zelffinancierend is. De waarde van een strategische reserve schuilt daarmee ook in het feit dat hij niet hoeft te worden ingezet. Dit mechanisme is vergelijkbaar met strategische oliereserves. Het directe prijseffect bij vrijgave is moeilijk aantoonbaar, maar ze hebben geopolitieke afhankelijkheid over decennia structureel verminderd.

Het onderscheid tussen beide crisistypen blijft beleidsmatig cruciaal. Een strategische reserve heeft waarde als instrument voor leveringszekerheid en geopolitieke afschrikking. Wie kwetsbare huishoudens wil beschermen tegen extreme gasprijzen, doet dat echter effectiever met gerichte financiële steun. Die twee instrumenten sluiten elkaar niet uit, maar ze zijn niet uitwisselbaar.