De veranderende rol van seizoensopslag

Een seizoensberging heeft drie functies. Ze overbrugt het seizoensverschil in gasvraag, vangt plotselinge pieken op en maakt prijsarbitrage mogelijk. Twee van die drie functies werken vandaag fundamenteel anders dan tien jaar geleden. De kortcyclische piekopvang is de uitzondering: die rol is grotendeels onveranderd.

De seizoensfunctie: structureel minder vraag

De klassieke functie van een seizoensberging is simpel. Gas waarvoor in de zomer geen marktvraag bestaat, gaat de grond in. Als de wintervraag aantrekt, komt het eruit. Hoe groter het verschil tussen zomer- en wintervraag, hoe groter de behoefte aan seizoensopslag. Die behoefte is de afgelopen tien jaar drastisch gedaald.

Tien jaar geleden bedroeg het seizoensverschil in de Nederlandse gasvraag (inclusief export) nog circa 330 TWh. Nu is dat circa 100 TWh. Bij een gelijkmatig importpatroon het jaar rond importeert Nederland in de zomer structureel meer dan de directe vraag vraagt. In de winter importeert het structureel minder. Het verschil dat daadwerkelijk opgeslagen moet worden is daarmee de helft van het seizoensverschil, circa 50 TWh. Op die manier importeert Nederland het hele jaar op een vaste hoeveelheid. De bergingen absorberen de extra zomervraag en voorzien in de extra wintervraag.

Kortcyclische piekopvang: de onveranderde functie

Seizoensbergingen vervullen naast hun seizoensfunctie ook een kortcyclische rol. Een extra koude week, een windstille periode waarbij gascentrales bijspringen of een tijdelijke productiestoring vereisen snelle levering van extra gas. Een seizoensberging heeft in de winter doorgaans de capaciteit om daarin bij te dragen. Voor kortcyclische flexibiliteit zijn zoutcavernes echter beter geschikt. Hun omschakelingstijd is een stuk korter dan die van een poreuze berging zoals Norg of Bergermeer. Van de drie functies is dit de minst veranderde. De behoefte aan snelle pieklevering bestaat nog steeds, en de rol van bergingen daarin is onveranderd.

Prijsarbitrage als economische motor

De overkoepelende functie is prijsoptimalisatie. Een handelaar koopt goedkoop zomergas om te injecteren en verkoopt tegelijkertijd het wintergas dat hij later produceert. Die winterprijs is hoger. Het prijsverschil tussen in- en verkoop moet groot genoeg zijn om de opslagkosten te dekken. Om een seizoensopslag te vullen moet zomergas goedkoper zijn dan het wintergas dat op datzelfde moment al wordt verkocht. Een positieve prijsspread is dus nodig als economische motor voor het vullen van bergingen.

De drie functies van een gasberging
Drie functies van een gasberging Prijsoptimalisatie Seizoens- flexibiliteit Zomer → winter Maanden Kortcyclische flexibiliteit Piekopvang Uren tot dagen Spread verdienen · Afhankelijk van volatiliteit

De vulverplichting verstoort de marktprikkel

Die economische motor is de afgelopen jaren sterk verzwakt door een afnemende vraag naar wintergas. In Europa is daarmee een overschot aan bergingscapaciteit ontstaan. De Europese vulverplichting, ingevoerd na de gascrisis van 2022, verplicht tot 90 procent vulgraad voor 1 november. Die verplichting creëert kunstmatige zomervraag. De gecombineerde vraag naar zomergas en vulling ligt hoger dan de wintervraag. Het gevolg is dat de zomerprijs boven de winterprijs uitstijgt. Wie gas inslaat en later verkoopt, maakt verlies. Zonder subsidie vult geen handelaar een berging als de zomerprijs structureel boven de winterprijs ligt.

De L-gasmarkt: een extra beperking

Er is nog een complicatie specifiek voor de Nederlandse situatie. In Norg, Grijpskerk en Alkmaar kan L-gas worden opgeslagen. Alleen Bergermeer kan H-gas opslaan. L-gas kan niet worden opgewerkt tot H-gas. Daardoor zijn de drie grootste Nederlandse bergingen uitsluitend bruikbaar voor de L-gasmarkt, een markt die snel krimpt. Norg, Grijpskerk en Alkmaar kunnen crisisscenario’s op het H-gasnet niet verlichten.

Commerciële opslag is geen strategische reserve

Commerciële gasbergingen bewaren geen gas buiten het gezichtsveld van de markt. Dat zou gas zijn dat bij een noodsituatie als extra aanvulling beschikbaar is. Al het gas in een commerciële berging is eigendom van een marktpartij. Het is doorgaans al via termijncontracten verkocht voordat het wordt geïnjecteerd. De markt houdt er dus al rekening mee dat dit gas op relatief korte termijn geproduceerd wordt. Een volle commerciële berging levert gas op het moment dat dat commercieel optimaal is voor de eigenaar. Dat is niet per definitie het moment waarop dat maatschappelijk nodig is.